Algemeen
De eisen voor het toepassen van koudemiddelen zijn in Nederland wettelijk geregeld via de drukwarenwet (PED). Aanvullend hierop zijn in de BREEAM certificering in zowel de commissioningscredit MAN04 als de polution credit POL01 extra vereisten opgenomen die aangetoond moeten worden.
Wettelijk
De Pressure Equipment Directive (PED), Richtlijn Drukapparatuur (2014/68/EU), is de Europese richtlijn die de veiligheid van drukapparatuur waarborgt binnen de EU. De PED zorgt ervoor dat drukapparatuur veilig ontworpen, gebouwd en gekeurd wordt, en dat deze vrij verhandeld mag worden binnen de EU. De richtlijn geldt voor installaties met een ontwerpdruk boven 0,5 bar, dus ook koelinstallaties moeten voldoen aan deze richtlijn. Sinds 19 juli 2016 is deze volledig in werking.
De Europese Richtlijn Drukapparatuur (PED) is in Nederland vertaald naar wetgeving via het Warenwetbesluit Drukapparatuur 2016 en de bijbehorende Warenwetregeling. Deze regels beschrijven de taken en verantwoordelijkheden van onder andere de fabrikant, installateur, gebruiker, keuringsinstantie en het bevoegd gezag. Er is een onderscheid tussen de verplichtingen van de fabrikant/installateur (nieuwbouw) en die van de gebruiker van de installatie (gebruiksfase).
Het Warenwetbesluit en de Regeling Drukapparatuur geven uitvoering aan de verplichte certificering van personen die handelingen verrichten aan installaties waarin natuurlijke koudemiddelen zijn toegepast. De eisen die worden gesteld staan beschreven in PGS13 (ammoniak), NPR7600 (koolwaterstoffen) en NPR7601 (kooldioxide). De certificeringsregeling is door NVKL ondergebracht bij InstallQ als certificerende instelling.
BREEAM
De BREEAM stelt als minimale vereiste ook dit wettelijke kader. In de POL01 wordt dit verwoord met dezelfde normen.
Alle systemen (met elektrische compressoren) moeten voldoen aan de vereisten van NEN-EN 378:2016 of ISO 5149:2014. Daarnaast moeten koelsystemen die ammoniak bevatten ook voldoen aan PGS13:2009, koelsystemen met brandbare koudemiddelen aan NPR 7600:2020 en kooldioxide aan NPR 7601:2020.
Bij de aantoning van deze normen komen de verschillen naar boven. Hoewel de basis hetzelfde is, werkt de bewijsvoering binnen de BREEAM iets anders.
Bewijsvoering per normdeel en koudemiddel
De minimale vereiste is dus opgebouwd op basis van het type koudemiddel. Dit komt voort uit het feit dat de koudemiddelen uit verschillende, soms schadelijke, stoffen bestaan. Elk koudemiddel werkt ook onder zijn eigen druk vanuit het compressie- en expansie proces.
Koudemiddel en werkgebied
Koudemiddelen werken in verschillende drukgebieden op basis van de benodigde condensatie en verdampingstemperatuur. Waar dit in het schema van het koudemiddel past, verschilt per techniek. Een persoon kan dus bewijzen hieraan te mogen werken, via een bedrijfscertificaat of individueel certificaat, in de juiste catagorie van het koudemiddel waarbij aangegeven wordt welke werkzaamheden hieraan verricht moeten worden. verzorgt professionele BENG-berekeningen voor zowel woningbouw als utiliteitsbouw. Wij ondersteunen alle typen gebouwen, inclusief industriefuncties, en leveren berekeningen die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast passen onze werkzaamheden naadloos binnen duurzaamheidsvraagstukken en certificeringstrajecten zoals BREEAM en GPR, waarbij energieprestatie een belangrijke rol speelt.

Als we kijken naar diverse gangbare technieken voor warmtepompen, is de toepassing dus afhankelijk van wat hiervoor geselecteerd dient te worden.

Een transkritisch systeem is een koel- of warmtepomptechniek waarbij het koudemiddel (vaak) in de gaskoeler warmte afgeeft boven zijn kritische punt, zonder te condenseren. Transkritische systemen maken gebruik van het feit dat CO2 boven de 31,1oC en 73,8 bar niet meer vloeibaar wordt, maar een superkritische toestand bereikt, wat de afgifte aan warme buitenlucht mogelijk maakt.
Normaliter wordt dus de DX-warmtepomp gebruikt voor utiliteitstoepassing. Hetzelfde geldt voor lucht/water, maar dan met opties voor industrieel en tapwatervraag. De CO2 en NH3 vind je vooral terug in de koel/vries industrie, waarbij het koudemiddel vaak ook gecombineerd wordt.
Omdat de koudemiddelen dus in andere drukken werken, maar ook dus vanuit hun samenstelling in meerdere maten schadelijk zijn, gelden hiervoor per toepassing regels voor montage en toepassing.
EN378: deze norm onderschrijft alle eisen voor drukgevoerde systemen en geldt dus voor alle type koudemiddelen. Deze norm is onderverdeeld in de werkzaamheden die eraan verricht moeten worden. Samen vormen zij de volledige norm voor ontwerp tot en met gebruik. De kwaliteitsbewaking hierin gebeurt met het F-gas certificaat, wat bestaat op bedrijfsniveau en/of persoonsniveau.
NPR7600: hierin komen de eisen terug die gesteld worden aan de toepassing met brandbare koudemiddelen. De praktijkrichtlijn sluit aan op de EN378 norm en geeft een praktische invulling van de eisen van ontwerp tot en met gebruik. De stappen in deze praktijkrichtlijn omschrijven dus de handelingen die hierin gedaan moeten worden.
De F-gassen-certificering bevat aanvullende modules waarin specifieke eisen zijn opgenomen. Zowel bedrijven als personen kunnen deze modules volgen bij erkende certificerende instanties. Met onze jarenlange ervaring, met name binnen de utiliteitsbouw, adviseren wij u graag over de juiste keuzes en denken wij actief mee in het ontwerpproces. Extra aandacht in deze fase leidt aantoonbaar tot betere resultaten: een efficiënter ontwerp, lagere kosten en een gebouw dat optimaal presteert op het gebied van energie en duurzaamheid.
NPR7601: hierin komen de eisen terug, die gesteld worden aan toepassing met CO2 – inclusief de praktische eisen. Vanwege de hoge drukken zijn er specifieke eisen om rekening mee te houden. Een belangrijk punt is bijvoorbeeld CO2 bewaking. Omdat overmatige blootstelling hieraan schadelijk is voor de gezondheid, moeten er veiligheidsvoorzieningen worden aangebracht op ruimteniveau.
PGS13: hierin worden extra eisen gesteld voor toepassing met NH3. Omdat ammoniak valt onder de gevaarlijke stoffen, is een extra veiligheidsnorm van toepassing. De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) is een serie richtlijnen over de veilige opslag van gevaarlijke stoffen en bijbehorende activiteiten in Nederland. De publicatiereeks is een handreiking voor bedrijven die gevaarlijke stoffen produceren, transporteren, opslaan of gebruiken en voor overheden die zijn belast met het toezicht op en de vergunningverlening aan deze bedrijven. De maatregelen in deze richtlijnen dragen bij aan de veiligheid van werknemers, de omgevingsveiligheid en brandveiligheid. De PGS13 is specifiek voor toepassing van ammoniak in warmtepompen.
Bewijsvoering
De bewijsvoering die in het wettelijke kader plaats vindt is dus via de F-gas certificering. Dit kan op bedrijfsniveau en persoonsniveau. Het certificaat wordt beheerd door de branche-organisatie NVKL. Het behalen ervan kan bij diverse instanties, waaronder STEK, PBNA, ROVC of Inovam. Het bedrijfscertificaat en de opbouw hiervan is vermeld in de BRL100; op persoonsniveau is dit de BRL200. Voor brandbare koudemiddelen is er een toevoeging op dit certificaat. In STEK heet dit bijvoorbeeld Module E. Deze toevoeging is meestal op persoonsniveau.
Sinds maart 2026 is er een nieuw persoonscertificaat. Dit koppelt de brandbare koudemiddelen en standaard koudemiddelen in één. De codering hiervoor wordt gewijzigd. Uiterlijk op 12 maart 2029 moeten alle monteurs gecertificeerd zijn volgens het nieuwe systeem (certificaat A1, A2, B, C, D en E). Deze nieuwe certificaten gelden in alle EU-lidstaten en zijn 7 jaar geldig.
De ontwikkelingen voor de nieuwe persoonscertificering voor F-gassen- koolwaterstoffen (A1/A2), CO2 (B) en Ammoniak (C) zijn in volle gang.


